Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: Psalm 130. Wt den diepten o Heere, &c. 1. O Schrickelijck verand'ren In Hemel en op Aerd!

Veel Eng'len met malkand'ren Worden van boosen aerd. Sy die als lichten stonden Voor God in Heerlijckheyt:

Die leggen nu gebonden In Helsche duysterheyt. 2. De slang door Duyvels vonden,

Trof Eva daedlijck aen: En bracht haer beyd' tot sonden: Eylaes ! doe was't gedaen. Doe sagh men Satans loosheyt.

En hoemen 'thadt gemaeckt. Doe saghmen in de boosheyt, En Ziel, en Lichaem naeckt. 3.

Adam wiert doe een spitter In't zweet voor eygen broot. En Eva drough seer bitter De smerten van haer schoot.

God dreef haer stracx uyt Eden; De vlouck bedorf het Lant: De Doot verdorf de Leden: De sons, wil, en verstant.

4. Ah oudste beste-vader! Wy zijn door uwen val Bedorven al te gader,

Bedorven heel en al: Ons dreygen alle vloucken, En hier, en na dees tijt. Wat raedt sullen wy soecken!

Wy zijn het leven quijt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove