Skip to content
1658

Huys-gesangen

Franciscus Ridderus

Stemme: psalm 51. Ontfermt u over my arme sondaer. 1. KOm Christen-volck, beschout het golgotha, Siet wie, en waerom dat hy stort die klachten:

Wat doet zijn ziel soo jammerlijck versmachten? Hoe roept hy soo benauwt zijn Vaders nae? Is nu de Helt versaeght, en meer bevreest Als menigh Martelaer in sware pijnen?

Neen, neen, 'tis vry wat anders hier geweest. Gods Toorn doet soo zijn krachten gansch verdwijnen. 2. Hy draeght de straf voor menigh duysent mensch:

Hy sterft in plaets van die selfs mosten sterven. Hy socht door 'toffer bloet soo te verwerven De vreed met Godt. Hy heeft geen hooger wensch Als dat Gods toorn soo grimmigh branden mach

Op Ziel en Lijf, dat nae dit naere kermen Voor 'twraeck vyer lichte Gods versoende dagh, Op dat Gods Liefde vyer ons mach verwermen. 3.

Hy storf als mensch, maer die zijn lijdens strijd, Als Godes Soon, deed zijn van groote waerde: Hy storf aen 'tCruys, 'tis waer, 'twas maer op d'aerde Doch, d'eeuwigheyt is minder als dees tijdt.

Want die hier leedt, was Godes eygen Soon. Hy quam als borgh, soo kon, soo mocht hy lijden Voor andere : 'tis billijck dat de Loon Wort toegerekent over alle tijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huys-gesangen · Franciscus Ridderus · Poetry Cove