b. Vr.
Waer uyt kan men dan versekert worden dat God onse vriend is, ende dat hy met ons is versoend?
Antw. Dit kan men weten uyt dese teikenen:
(1.) Uyt het geloove dat wy hebben in Christum, 1 Joh. 3.10.
Die in den Sone gelooft, heeft het getuygenisse in hem selven, v. 12. Rom. 5.1. Wy dan geregtveerdight zijnde door den gelove, hebben vrede met God door onsen Heere Jesum Christum.
(2.) Uyt de lust en liefde die wy in ons bevinden tot God, ende tot zijne tegenwoordigheyd; Want onse liefde tot Godt, is een vrugt van Gods liefde tot ons, 1 Joh. 4.19. Wy hebben lief om dat hy ons eerst lief gehad heeft, Prov. 8.17. Ps. 42.3. Mijne ziele dorstet na God, na den levendigen God.
(3.) Uyt een leven der godsaligheyd, 't welk wy leiden om God te behagen, Rom. 8.14. Soo vele als 'er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods, 2 Cor. 5.14.
(4.) Uyt de broederlijke liefde konnen wy dit oock weten, dat Gods ons lief heeft, 1 Joh. 3.14. Wy weten dat wy over gegaen zijn uit de dood in het leven, dewijl wy de Broeders liefhebben, 1 Joh. 4.1. Een yegelijk die lief heeft den genen die hem geboren heeft, die heeft ook lief den genen die uit hem geboren zijn.