a. Vr.
Kan de wille het goed doen willen?
Ant. Niet met een kragtige en door settende wille, daer het dadelijke goet doen, en de bekeeringe op volgt, Rom. 8.7. Het bedenken des vleeschs is vyandschap tegen God, en het en onderwerpt sig de Wet Gods niet, het en kan ook niet, Eph. 2.1. Doe gy dood waert door de sonden en misdaden, Ezech. 36.26.