a. Vr.
Wat misbruyk is 'er ontrent de Tafel-redenen?
Ant. Dit misbruyk is insonderheyd hier in bestaende:
[1.] Als men de Tafel-redenen maekt van spotten en schertsen, Psal. 1.1. Wel-geluksalig is de man die niet en sit in het gestoelte der Spotteren, Ps. 35.16. Eph. 5.4. Vlied oneerbaerheid, sot-geklap, geckerie, welke niet en betamen.
[2.] Als men met een dronke tonge van God, en van de Religie wil disputeren, Ps. 50.16. Wat hebt gy mijne insettingen te vertellen, ende neemt mijn verbond in uwen mond?
[3.] Als men vuyle en onkuyssche redenen onder malkanderen voert tegens Gods verbod, Eph. 4.29. Geen vuile reden en gae uit uwen mond, Prov. 23.33. Siet de wijn niet aen, u herte soude verkeertheden spreken.