b. Vra.
Hoe stond het met die tseventig uyt gesondene discipelen?
Ant. Sy quamen wederom tot Jesum met groote blijdschap, dewijle haer dienst soo wel was uyt-gevallen, dat selfs de onreine geesten haer waren onderdanig geweest: 't welk Jesus met vreugde en danksegginge tot God verstaen hebbende, seide haer nogtans dit aen datse meer moesten verblijd zijn over haer verkiesinge ten eeuwigen leven, Luc. 10.20. Verblijd u veel meer dat uwen namen geschreven zijn in de Hemelen, Luc. 10.17, 21. Matt. 11.25.