Stemme: Psam 16. Bewaer my Heer, &c.
1. O Felle Dood! O eerste sonden straf!
Ons leven gaet voorby als een gedagte,
Ons lichaem moet verrotten in het graf;
Nogtans wy mogen 't leven weder wagte:
Maer dog, eer dat wy uyt dit leven scheyden,
So moeten wy te voren ons bereyden.
2. Ik moet voor al met God in vrede staen:
Ik moet mijn ziel in 't Bloed van Jesus wasschen:
Mijn huys moet ook in goede ordre staen;
De dood moet my niet onversoent verrasschen,
Met eenig mensch: ik moet in alle hoeken
Te voren mijn gemoed wel ondersoeken.
3. Als ik dan op mijn dood-bed ben geleid,
So moet ik in die smerten zijn geduldig;
Dan moeten nog mijn sonden zijn beschreyd,
Die my aen dese pijnen maken schuldig:
Ik moet my willig van de Aerd' los maken,
Wil ik mijn God tot zaligheyd genaken.
4. Als dan de dood mijn oogen-leden sluyt,
Dan open ik te meer 't gelovig ooge,
Mijn ziel siet dan op Jesus als sijn Bruyt:
Die hoopt en heeft de vrome noit bedroge:
Mijn laetste woord zy, Adieu, al te gader!
Ik vaer nu heen tot God mijn eeuwig Vader.
AMEN.