b. Vr.
Wat raed met soodanige, die in dit leven geen vergevinge hebben ontfangen?
Ant. Die sullen na de Helle gesonden worden: Want na dit leven is geen tijd van genade als men die hier versuymt heeft, Apo. 10. vs. 6. Daer zal geen tijd meer zijn, Heb. 3.7. Heden, indien gy zijne stemme hoort, 2 Cor. 6.2.