c. Vr.
Hoe moeten wy ons bereyden tegens de krankheden?
Ant. Dan moeten wy dese pligten wel besorgen:
[1.] Wy moeten onse tijdelijke saken na vermogen in so een staet stellen, dat na onse dood geen moeylijkheden voorvallen, Esai. 38.1. Geeft bevel aen uwen huise, want gy sult sterven.
[2.] Wy moeten onse kinderen en huysgenoten goede vermaninge geven, 1 Reg. 2.2. David seide, ik ga henen in den weg der gantscher aerde: so zijt sterk, en weest een man. v. 3. En neemt waer de wacht des Heeren uwes Gods. Gen. 49.1. Jacob riep alle sijn Sonen.
[3.] Wy moeten ons met alle menschen na mogelijkheyt versoenen, want willen wy in vrede tot God gaen, so moeten wy in vrede van de werelt scheyden, Matth. 6.15. Indien gy de menschen hare misdaden niet en vergeeft, so en sal ook uwe Vader uwe misdaden niet vergeven. Matth. 18.35.
[4.] Wy moeten onsen staet met God wel soeken te stellen, om also een zalige sterf-dag te hebben, Apoc. 14.13. Zalig zijnse die in den Heere sterven. Esai. 30.1, 2, 3. 2 Cor. 5.21. Wy bidden u, laet u met God versoenen.