a. Vra.
Heeft Nehemias yets goeds voor Jerusalem gedaen?
Antw. Ja hy: want als de Koning met verwonderinge vraegde na de redenen van sijn treurigheyd, so bequam hy magt van de Koning, op sijn versoek, om na Jerusalem te verreysen, en de Stad te vol-bouwen, Neh. 2.6. Het behaegde den Koning dat hy my sond, Neh. 2.3, 4, 5.