c. Vr.
Is tusschen dese kinderen geen onderscheyd gemaekt in hare zegeningen?
Ant. Ja: want als den ouden Isaac sijn Sone Ezau meinde te zegenen, die daerom een Wild-braed ging jagen voor sijn Vader: So trok Rebecca ondertusschen de kleederen van Ezau Jacob aen, en een spijse bereydende, maekt dat de blinde Isaac sijn Soon Jacob zegende, in plaetse van Esau, Gen. 27.28. Isaac seide, God geve u van den dauw des Hemels, Gen. 27.4.