c. Vr.
Hoedanig is sijn leven in sijn regeringe geweest?
Ant. Hy was een vroom Godzalig Koning: Hy heeft de groote poorte van den Tempel gebouwt: Hy heeft ook de Ammoniten onder sijn geweld gebragt: deselvige sig cijnsbaer makende, 2 Chron. 27.6. Hy rigtede zijne wegen voor het aengesichte des Heeren, 2 Chron. 27.3, 5.