b. Vr.
Hoe groot was dese Sundvloed?
Ant. Den regen viel veertig dagen lang: Ook gaf de aerde water op, so lange, dat het water rees tot vijftien ellen boven de hoogste bergen, Gen. 7.19. De wateren namen gantsch seer de overhand op der aerde, soo dat alle hooge bergen die onder den gantschen Hemel zijn, bedekt wierden, Gen. 7.11, 12, 20, 21.