c. Vr.
Waerom seid dan Paulus, 1 Tim. 4.8. De lichamelijke oeffeninge is tot weinig dingen nut?
Ant. Paulus spreekt van de uiterlijke oeffeningen? afgesondert van de godsaligheid, en dan zijn het onnutte oeffeningen, men moet de godsaligheid betragten, 1 Tim. 4.7. Oeffent u selven tot godsaligheid, Esai. 59.21. Mijn Woord en Geest sullen van u niet wijken, Heb. 4.2.