c. Vr.
Wat moet men doen om de ziele in een goede staet te stellen?
Ant. Dan moeten dese bewegingen des herten in ons zijn:
[1.] Ons herte moet verbrijselt en nederig zijn voor God, Ps. 51.19. De offeranden Gods zijn een gebroken Geest. Ps. 38.5. Esai. 38.14. Gelijk een Krane of Swalluwe, also piepede ik, ik kirrede als een Duive, Mijne oogen verhieven haer om hoge: O Heere, ik worde onderdrukt: weest gy mijn borge.
[2.] Ons herte moet gelovig wesen, en vertrouwend' op Christum de Vorst des levens, 2 Tim. 4.7. Ik hebbe het gelove behouden. Prov. 14.32. De rechtveerdige vreest niet, selfs in het midden des Doods.
[3.] Ons herte moet lijdsaem wesen, om gewilliglijk te dragen de benauwtheden des doods, Rom. 8.37. In desen allen zijn wy meer als overwinners, door hem die ons liefgehad heeft. 1 Pet. 4.19. Matt. 7.9. Ik sal des Heeren gramschap dragen, want ik hebbe tegens hem gesondigt.
[4.] Ons herte moet vreugdig wesen in sekere hope van de aenstaende saligheyd, Ps. 36.9. Daerom is mijn herte verblijd, ende mijn eere verheugt haer: ook sal mijn vleesch seker wonen, Gen. 49.18. Op uwe saligheid wagte ik, Heere!