b. Vr.
Worden wy soo volkomentlijk geregtveerdigt van alle onse sonden, dat wy ook vry zijn van alle straffen?
Ant. Soo verre, dat wy vry zijn van alle eygentlijke straffen, dewelke ten verderve brengen; maer daer blijven nog overig eenige ellenden, als vaderlijke kastijdingen, dewelke Godt ten besten van zijn kinderen, met een vaderlijk herte toe-send, Prov. 3.11. Mijn Sone en verwerpt de tucht des Heeren niet: ende en weest niet verdrietig over zijne kastijdinge, 2 Sam. 12.13, 14. Hebr. 12.6. Want die hy lief heeft die kastijd hy, en hy geesselt eenen yegelijken Sone die hy aen-neemt.