c. Vr.
Waerom seid dan Paulus van het Euangelium, Rom. 16. vs. 25. Dat het Euangelium is een verborgentheid, die van de tijden der eeuwen verswegen is geweest?
Ant. Om dat de verkondiginge van Christi komste in den vleesche in het Ouden Testament wat duyster is geweest; insonderheyd, om dat de verborgentheyd voor de Heydenen is verzwegen, 't welk nu aen haer ook wierd geopenbaert, vs. 26. Maer nu geopenbaert is, ende door de Prophetische Schriften, na het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorsaemheyd des Geloofs, onder alle Heydenen bekent gemaekt is, Eph. 3.5, 6. Gal. 3.8, 18.