b. Vr.
Wat word dan verstaen door Gods hant, ooge, mont, voeten, en herte?
Ant. Gods hand betekent sijn almachtigheyt: Gods ooge, sijn alwetenheit: Gods mont, sijn bevel en last: Gods voeten, syn over-al-tegenwoordigheyt: Gods herte, sijn liefde, genade, barmhertigheyt, &c.