Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

Stemme: Van 't Gebed onses Heeren. 1. DE sonde die ons meest komt by, Is gierigheyd en hoovaerdy: Dan komt daer by onmatigheyd, Ook pronk, en dan ligtveerdigheyd: Geveinstheyd ons ook ligt besmet, Soo staen wy schuldig aen Gods Wet.

2. Wy zijn ondankbaer tegen God, Wy zijn misnoegt over ons lot: 't Misbruyk van 't uyerlijke goed, In plagen en verhard gemoed: Dit komt uyt ongeloovigheyd, En baert dan ongehoorsaemheyd.

3. Gods dag de meeste sonden heeft: Den Doop en word niet wel beleeft: 't Verbond en word niet wel bewaerd: Gods Woord is velen seer onwaert; 't Gebed geschied niet met verstand, De Aelmoes vind geen milde hand.

4. De leugen schijnt een noodig quaed: Wie is 't, die agter-klappen laet? Men oordeeld veel dingen verkeert: De ergernis word niet geweert. De gramschap duert een langen tijd: Soo queld ons haet en bitse nijd.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove