b. Vr.
Waer over worden dese beloften gedaen?
Ant. Over dese twee dingen:
(1.) Ofte, over de pligten der Godsaligheyd in 't gemeen, als men God belooft, dat men in alle sijne wegen sal wandelen, en dat men alle sonden sal laten na vermogen, Ps. 119.106. Ik hebbe gesworen, ende sal het bevestigen, dat ik onderhouden sal de regten uwer geregtigheid, 2 Reg. 23.3. De Koning stondt, ende maekte een verbond met al het volk voor des Heeren aengesigte, om den Heere na te wandelen.
(2.) Ofte over een bysondere pligt, om eenige bysondere deugt te doen, ofte sonde toe te laten, Gen. 28.20. Jacob beloofde een belofte, seggende, vers 22. Dese steen die ik tot een opgeregt teken geset hebbe, sal een huis Gods zijn, Job. 31.1. Ik hebbe een verbond met mijne oogen gemaekt, hoe soude ik dan agt geven op een Maegt?