Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

b. Vr. Hoe moet men scheyden van de pligten des gebeds? Ant. Wy moeten met soo een herte opstaen van ons gebed: (1.) Wy moeten ons selven ondersoeken, hoe het onder het bidden gegaen is, hoe ons gebed is toegegaen, Ps. 119.59. Ik hebbe mijne wegen overdagt, Ps. 141.1, 2.

(2.) Wy moeten verlangen na de verhoringe en die begeerte tot die dingen in ons behouden, Ps. 119.82. Mijne oogen zijn besweken van verlangen na uwe toeseggingen, terwijle ik segge, wanneer sult gy mijn vertroosten, Prov. 10.24. (3.) Men moet vlijtig waernemen, of God ons ook ergens in heeft verhoort, ende dan dat seer dankbaer opnemen, Ps. 85.9. Ik sal hooren wat de Heere spreken sal, Ps. 107.21. (4.) Men moet niet meynen dat het soo met eens te bidden genoeg is, maer wy moeten alsoo aflaten, dat wy gesint zijn in korten wederom te bidden, en alle gelegentheyd waer te nemen, Eph. 6.18. Met alle biddingen en smeekinge, biddende tot aller tijd, en den Geest, en tot het selve wakende met alle gedurigheid, Luc. 18.1. Jesus seide een gelijkenisse tot haer, daer toe streckende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove