a. Vr.
Maer, voor wie heeft Christus voldaen?
Ant. Voor de zijne, die hem van den Vader gegeven zijn om zalig te worden, Matt. 1.21. Gy sult sijnen name heeten Jesus, want hy sal sijn volk zalig maken van hare sonden, Joh. 10.15. Ik stelle mijn leven voor de Schapen. Eph. 5.25. Christus heeft hem selven voor zijn Gemeinte over-gegeven.