b. Vr.
Hoe is dit afgelopen tusschen het volk en Jeremiam?
Ant. Sy trocken in Egypten, en namen de Propheet Jeremiam met haer: dewelke aldaer steenen nam, en die in het kley verbergde, met dit dreygement, dat Nebucadnezar ook Egypten soude slaen, en dat hy op die plaestse zijn Leger soude opslaen, daer die steenen verborgen lagen, Jer. 44.13. De Heere seide, ik sal besoekinge doen over degene die in Egyptenland wonen, Jer. 44.4.