a. Vr.
Hoe stond het ondertusschen met het leven van de Kinderen Israels?
Ant. So lange als Josua en de Oudste in het leven waren, die Gods wonderen hadden gesien, so leefden sy redelijk wel: maer na haer dood verviel Israel, door 't houwelijken met de Canaaniten tot afgoderie, Jud. 2.11. Doe deden de kinderen Israels dat quaet was in de oogen des Heeren, en dienden de Baalim, Jud. 2.7, 8, 10.