c. Vr.
Hoe moeten de bestraffinge gedaen worden?
Ant. Dese conditien moeten in de bestraffinge zijn:
[1.] De regel van bestraffinge moet genomen worden uit Gods Woord, en Wet, Col. 3.16. Het woord Christi wone rijkelijk onder u in alle wijsheid: leert ende vermaent malkanderen.
[2.] De grond moet zijn, de broederlijke liefde in ons, niets voor hebbende te verbitteren, of te beschamen, maer te verbeteren tot zaligheyd, 2 Thess. 3.15. En houd hem niet als een vyand, maer vermaend hem als een broeder, Gal. 4.19. Mijne kinderkens, die ik wederom soeke te baren, tot dat Christus een gedaente in u krijge.
[3.] De maniere moet bestaen in beweeglijke sagtmoedigheid, 2 Tim. 2.25. Met sagtmoediheid onderwijsende degene die tegenstaen, Gal. 6.1. Mijne broeders, indien ook een mensche overvallen ware door eenige misdaed, gy die geestelijk zijt, brengt den soodanigen te regte met den geest der sagtmoedigheid.
[4.] De tijd moet wesen, als de beste gelegentheid is, om vrugt te doen: Waer in dat men met ernst moet aenhouden, tot dat men de vrugt verneemt, 1 Sam. 25.37. Doe de wijn van Nabal geweken was, doe gaf hem zijne huisvrou dese woorden te kennen, 2 Tim. 4.2.