Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

Stemme, Psalm. 24. De aerd is onses Gods voorwaer, &c. 1 SOo haest als Adam neder lag, En ons zijn kind'ren gaf de slag, Die ons dreygt het eewig verderven: Beloofde Godt het Vrouwenzaet, Tot middel tegen 't sondig quaed, Om na dit sterven noyt te sterven.

2. Niet meer nu, Adam, op de vlugt; U heyl is in dees Vrouwen vrugt: Dits Abrams vreugt, en Jacobs wenschen; Dus 't heyl voor Godes Israel, Ons toevlugt tegen Dood en Hel, Vereeniger van God en menschen.

3. Hy Godes Soon, waerachtig God, Gaf aen Maria 't moeder lot, Hy nam uyt haer des lichaems deelen: Hy was waer mensch, maer seer veragt;

Dog nimmer tot de sond' gebragt, Om 't vuil te reinigen van velen.

4. In twee naturen, een persoon: Des menschen ook Godes Soon. De Ziel ten hoogsten trap vereert, Met gaven van den Heiligen Geest Nogtans en is geen God geweest De mensheyd, want die wiert vemeert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove