Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Waer uyt sal men konnen weten of ons de rijkdom ook tot zegen zy gegeven, ende of wy die wel besitten? Ant. Uyt dese teikenen: [1.] Als wy ons herte daer door niet voelen vervloekt te zijn, om aen de wereld vaster te worden, Ps. 62.11. Als 't vermogen overvloedig aenwascht, en set' er het herte niet op, Deut. 32.15.

[2.] Als wy de goederen niet hebben als distelen en doornen, die ons beletten in de pligten van onse godsaligheyt en Gods-dienst, Mat. 13.22. De verleidinge des rijkdoms verstikt het woord, ende het word onvrugtbaer, Matt. 6.24. Hab. 26. Wie die vermeerdert, het gene zijne niet en is, en die op sich ladet dicken slijk. [3.] Als wy daer door niet verleid worden tot de sonde van hoovaerdie, veragtinge des armen, wereldsheyt, overdaet, gierigheyt, etc. Jac. 2.3. Soudet gy seggen tot den armen, staet gy daer, ofte sit hier mede onder mijnen voetbank? 1 Tim. 6.17. Segget den rijken in dese tegenwoordige wereld datse niet hoogmoedig worden, Luc. 16.19. Daer was een seer rijk mensche, ende was gekleed met purper en seer fijn lijnwaet, levende alle dagen vrolijk en pragtig.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove