Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

a. Vr. Waer aen soude men soodanige lieden kennen, dewelke tragten voort te gaen en sterker te worden in een heylig leven? Ant. Aen dese ken-teikenen: (1.) Als yemand goede ordre houd in zijn heylige pligten, die hy alle dagen waer-neemt, Ps. 50.43. Die haer weg wel aenstellen, Gal. 6.16. Soo vele als 'er na desen regel wandelen, Ps. 55.18.

(2.) Als men wel op sijn hoede is, goede wagt houd tegen alle verleydingen, ende alle quade lusten tegen-gaet, Heb. 3.13. Siet toe Broeders, Marc. 13.33. 1 Pet. 5.8. Waekt ende bidt. (3.) Als yemand met groote ernst en arbeyd sig oeffent in alle middelen en uytwendige pligten der godsaligheyd, 1 Tim. 4.7. Oeffent u selven tot godsaligheid, Act. 24.19. Hier in oeffene ik my selven, om een onergerlijke conscientie te hebben voor God en voor de menschen, Luc. 10.42. (4.) Als yemand sig met beloften verbind tot heilige pligten, Ps. 119.106. Ik hebbe gesworen, ende sal 't bevestigen, dat ik onderhouden sal de regten uwer geregtigheid, 2 Reg. 23.3. Josia maekte een Verbond, om den Heere te dienen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove