c. Vr. Wat mate sal men dan volgen in de kleedinge? Ant. Al-hoe-wel dit zwaerlijk is om te beschrijven om dat de sonde meest in het herte steekt, soo kan men nogtans dese gemeine regelen geven: (1.) Yder mensche moet agt geven op sijn staet en beroep, om te sien wat daer in betamelijk zy, Matt. 11.8. Die sagte kleederen dragen, zijn in de Koningen huisen, Ps. 45.10. de Konings dogter staet aen uwe regter-hand in het fijnste goud van Ophir.
(2.) De dagen van bysondere blijdschap of t' samenkomste konnen een cierlijker kleed hebben boven de andere dagen, Matt. 22.11. Daer was een gast, die geen bruylofs kleed aen had, Luc. 15.22. De Vader seide tot sijnen dienst-knegten, brengt voort het beste kleed, Apoc. 19.8. (3.) Die onnoodige uitwendigheden moet men seer besnoeyen, Esa. 3.20. De hooft-krooning, de arm-verçierselen, de bindselen, &c. verss. 18, 19, 21, 22. (4.) Het fatsoen der wereld moet niet gevolgt worden, indien het ergerlijk is, maer als het middelmatig is, soo moet een Christen hier toe seer tragelijk komen, om de wereld niet gelijkformig te zijn, Rom. 12.2. En word deser wereld niet gelijkformig, 1 Joh. 2. vs. 15, 16. 1 Thess. 5.22. Onthoud u van allen schijn des quaeds. (5.) Wy moeten ons het herte niet verharden tegen de gemeyne bestraffingen der Predikanten, want die weten best wat in desen betamelijk zy, Heb. 13.17. Zijt uwe voorgangeren gehoorsaem, ende zijt deselvige onderdanig, 1 Cor. 7.31.
(6.) Wy moeten altijds in alle twijffelige voor-vallen, de veiligste zijde kiesen, en liever wat beneden als boven onsen staet gekleed gaen tot bewijs dat ons herte niet hoogmoedig is, Col. 3.12. doet aen ootmoedigheid, 1 Pet. 2.4. 1 Tim. 2.9. dat de vrouwen in een eerbaer gewaed, met schaemte en eerbaerheid, haer selven verçieren.
Cookies on Poetry Cove