b. Vr.
Wat verrigt de Heere Jesus, dus sittende aen Gods regter hant?
Ant. (1.) Hy bekragtigt sijn Prophetisch-ampt, sendendesijnWoord en Geest op sijn Volk, ende besorgende de vervullinge van sijn voorseggingen, Eph. 4.11. Deselve heeft gegeven: sommige tot Propheten; sommige tot Apostelen; sommige tot Euangelisten; sommige tot Herders en tot Leeraers, Apoc. 1.19.
(2) Hy vervult sijn Priesterlijk-ampt, biddende voor sijn Gemeynte, Hebr. 9.24. Hy is gegaen in den Hemel selve, om nu te verschijnen voor het aengesigte Gods voor ons, Rom. 8.34. Die ook voor ons bid. Heb. 7.25. Die altijd leeft om voor ons te bidden.
(3.) Hy oeffent sijn Koninklijk ampt, beschermende sijn Gemeinte, 1 Cor. 15.25. Hy moet als Koning heerschen, tot dat hy alle zijne vyanden onder zijn voeten sal gelegt hebben, Act. 9.4.