b. Vr.
Wat heeft hy te Jerusalem gedaen, doe hy daer was gekomen?
Ant. Hy met groote blijdschap van de Broederen ontfangen zijnde, verhaelde hoe God sijn dienst had gezegent: dog verstaende, dat men hem na gaf dat hy af-viel van de Wetten Moses; so heeft hy, op raed der Broederen, met nog vier Mannen sijn hooft beschoren op de Joodsche wijse, en is also in den Tempel gegaen, Act. 21.24. Sy seiden, doet de onkosten met haer, op dat sy het hooft bescheren morgen, Act. 21.21, 22, 26.