c. Vr.
Hoe voeren doe de Kinderen Israels hier over?
Ant. Als Moses, Aaron, Josua, en Caleb, het Volk met bidden en smeeken te vergeefs sogten te stillen: ja dat men haer daerom soude dood gesteenigt hebben, 't en ware de Heere het belet hadde: So leyde God haer tot straffe op, dat alle die boven de twintig jaer oud waren, behalven Josua, en Caleb, in de Woestijne souden sterven: En datse veertig jaer, volgens de veertig dagen der verspiedinge, in de Woestijne souden moeten blijven: De verspieders wierden dadelijk gedood door een plage, Num. 14.23. De Heere seyde, geen van die my getergt hebben, sullen dit Land sien, Num. 14.29, 34, 36.