Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

b. Vr. Is dan de Doop niet absoluit noodig ter saligheid? Antw. Neen: maer het is een noodig teyken en zegel voor die de selvige konnen gebruyken: niet het onvermijdelijk, ontberen van den Doop, maer het veragten, is verdoemelijk, Luc. 7.30. De Phariseen, ende de Wetgeleerde hebben den raed Gods tegen haer selven verworpen, van Johannes niet gedoopt zijnde, 1 Pet. 3.21. de Doop behoud ons niet, die een aflegginge is van de vuiligheid des lichaems. 1 Cor. 7.19. Luc. 22.43.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.