b. Vr.
Wanneer zijn de thien stammen van Salomons Rijk afgescheurt?
Antw. Doe het Volk na Zichem trok, om sijn sone Rehabeam tot Koning te maken: want als sy verligtinge versogten van eenige lasten, 't welk haer Rehabeam, op den raed van jonge Raedslieden weygerde: so heeft Jeroboam (die gevlugt zijnde voor Salomo, om dat een Propheet hem de regeringe van de thien stammen had belooft, en nu wederom gekomen zijnde) het Volk oproerig gemaekt, en thien stammen tot sig getrocken, alleenlijk Juda en Benjamin, nevens de Priesteren en Leviten aen Rehabeams zijde verblijvende, 1 Reg. 12.19. Also vielen de Israeliten van den Huise Davids af, 1 Reg. 11.29, 30. 1 Reg. 12.14, 20.