Stemme: Ps. 100. Gy volkeren des, &c.
1. GOdt Vader, Soon, en Heil'ge Geest!
Gy zijt van eeuwigheyd geweest;
Gy schiept de Wereld in de tijd,
Gy toont dat gy almagtig zijt.
2. Uyt niet soo bragt gy alles voort:
Als gy maer gaeft u kragtig woort,
Soo was het alles schoon na wensch,
Selfs Engelen en ook den mensch.
3. Gy hebt die Geesten voort-gebragt
Vol wijsheid, goedheid, en vol magt,
Ten dienst alleen, niet om de eer
Die 't Pausdom af-neemt van haer Heer.
4. De mensch geschapen, wierd gestelt
In Edens schoon, en vrugtbaer velt:
Het lichaem was uyt slegte slijk,
En evenwel onsterffelijck.
5. Onsterffelijk, indien de sond
Niet brak met sijnen God 't verbond;
Maer deed' hy eens een quade beet,
Terstond soo stond de dood gereet.