c. Vr.
In hoe veel tijds heeft God dit alles gemaekt?
Ant. In de tijd van ses dagen: Op de eerste dag, maekte God een rouwe klomp, en het ligt: Op de tweede, den ondersten Sterren-hemel, en de lugt: Op den derden, scheide God de Aerde van de Wateren: Op de vierde, maekte God de Ligten des Hemels. Op de vijfde, de Vogelen en Visschen: Op de sesde dag schiep God de Beesten der aerde, Gen. 1.3. God seide, daer zy ligt, ende daer werd ligt, Gen. 1.6, 9.14.