c. Vr.
Wat lieden zijn het, die sorgvuldig alle ergernissen soeken te vermijden?
Ant. De soodanige hebben dese teikenen:
(1.) Die selfs de minste sonde om een ander te behagen niet willen doen, maer sig tegen de vriendschap van menschen derven aenstellen, om der sonde wille, Ps. 119.115. Wijkt van my gy boosdoenders op dat ik de wegen mijns Gods moge bewaren, Gal. 2.5. Den welken ik niet een ure hebbe geweken door onderwerpingen, op dat de waerheid des Euangeliums by u soude verblijven.
(2.) Die ook het goede niet nalaten uit vreese dat daer yemand qualijk van spreken soude, Joh. 9.28. Sy gaven hem dan scheldwoorden, vs. 33. Maer hy seide, indien dese van God niet en ware, hy en soude niet konnen doen, Matth. 15.14. Laetse varen, sy sijn blinde Leids-lieden der blinde.
(3.) Die in middelmatige dingen sig ook wat inbinden om der zwacken wille, 1 Cor. 8.13. Indien de spijse mijnen Broeder ergert, zo en sal ik in der eeuwigheid geen vlees eten, op dat ik mijnen Broeder niet en ergere, 1 Cor. 9.19. Daer ik van allen vry was, heb ik my selven allen dienstbaer gemaekt, op dat ik 'er meer soude winnen.
(4.) Die op alle tijden, plaetsen, en persoonen soodanige agt geven, datse onderscheyd weten te maken wat yder verdragen kan in middelmatige dingen, Eph. 5.15. Siet dan hoe gy voorsigtig wandelt, Col. 4.5. Wandelt met wijsheid by de gene die buiten zijn, den bequamen tijd uit koopende.