Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

c. Vr. Wat sonden tegen ons selven begaen, verdienen sodanige Land-plagen? Antw. Dese navolgende: [1.] Gierigheyd, waer door men noyt van goederen by een te schrapen versadigt word, ende niet ontsiet geschenken te ontfangen in gerichtsaken, Esa. 5.8. wee den genen die huys aen huys trecken, en acker aen acker, Jer. 22.17.18. Esa.1.21.

[2.] Pronkerye in kleedinge, en in andere uytwendigheden, Esa. 3. v. 18. de Heere sal weg nemen de cieraed der kousebanden, ende de netkens, &c. Esa. 2.16. [3.] Wellust in maeltijden, waer door dat men tot brasseryen en dronkenschap uytberst, Esa. 5.12. Harpen en luyten, trommelen, ende pijpen, ende wijn zijn in hare maeltijden, ende sy en aenschouwen het werk des Heeren niet. Amos. 6.1, 2, 3, 4. [4.] Misbruyk van Gods menigvuldige weldaden, Esa. 5.4. Ik wachte op goede druyven, maer sy hebben my stinkende druyven voort gebracht, Hos. 2.7. Ik hebbe haer het goud, silver, en olye vermenigvuldigt, dat sy tot den Baal gebruikt hebben. [5.] Vloeken en sweren, waer door men sig selven Gods vloeken onderwerpt, Hos. 4.1, 2. De Heere heeft een twist met de inwoonders des lands, om dat 'er vloeken en liegen in 't land is.

(6.) Geveinstheid in onsen omgang, om also God en Menschen te bedriegen, waer het mogelijk, Esai. 10.6. Ik sal Assur senden tegen een huichelsch volk. Esa. 2.6. Sy zijn Guichelaers gelijk de Philistijnen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove