c. Vra.
Heeft sig Christus van die tijd af te Jerusalem onthouden?
Ant. Neen, maer hy ging door Samarien wederom na Galileen: Op den weg reinigde hy de thien Melaetsche, van welke maer een dankbaerlijk tot hem weder-keerde: en gevraegt zijnde van de Pharizeen, wanneer dat het Koningrijke Gods soude komen: Antwoorde de Heere, dat het niet met uyterlijke aensienlijkheyd te verwagten was, dat het alreede onder haer was, en datse hadden toe te sien, dat niet de dag des oordeels haer overviel, gelijk de Sund-vloet de eerste wereld onverwagt over-quam, Luc. 17.26. Gelijk het geweest is in de dagen Noë, alsoo sal het ook zijn in de dagen van den Sone des menschen, Luc. 17.20, 23, 28, 34.