c. Vr.
Wat pligten moet de Overigheyd versorgen ontrent haer Onderdanen en Burgeren?
Ant. Haer pligten zijn dese na-volgende:
(1.) De Overigheid moet de vroomste en godsaligste Burgeren aen de hand houden, ende haer vorderen boven andere, Ps. 101.6. Mijne oogen sullen zijn op getrouwe in den lande, datse by my sitten: Die in den opregten weg wandelt sal my dienen, Exod. 18.21. Siet om na God-vreesende mannen, waeragtige, de gierigheid hatende.
[2.] De godloose moeten zy tegen-gaen, en uitroeyen, Ps. 101. vs. 8. Alle morgen sal ik alle Godloose des Lands verdelgen, vs. 4.7. Job 29.17. Ik verbrak de back-tanden des verkeerden.
[3.] Sy moeten geregtigheid oeffenen, sonder aensien van persoonen, Lev. 19.17. Gy sult het aengesigte niet aennemen, in geregtigheid sult gy uwen naesten rigten, Exod. 23.3. Prov. 16.12. Het is der Koningen grouwel, godloosheden te doen, want door geregtigheid word de Throon bevestigt.
[4.] Sy moeten versorgen dat haer Onderdanen stil, en vreedsaem leven, sonder verongelijkt te worden, straffende het quade, 1 Tim. 2.2. Op dat wy een gerust en stil leven leiden mogen in alle godsaligheid ende eerbaerheid, Rom. 13.4.