c. Vr.
Met hoedanige werkinge is God besig omtrent alle sijn Schepselen?
Antw. (1.) Met een werkinge der onderhoudinge, Hebr. 1.3. Hy draegt alle dingen door het Woord zijner kragt, Act. 17.25, 28.
(2.) Door een werk van regering en bestiering aller dingen, Es. 45.7. Ik formere het ligt en scheppe de duisternisse: Ik make den vrede, en scheppe het quaet: Ik de Heere doe alle dese dingen, Thr. 3.37.