b. Vr.
Waerom moeten wy onse beloften soo sorgvuldiglijk betalen?
Ant. De beweeg-redenen zijn dese: (1.) De beloften maken een band en schuld over de ziele, Num. 30.2. De ziele word met een verbintenisse verbonden, Jos. 24.22. Gy zijt getuigen over u selven, dat gy den Heere verkoren hebt om te dienen. (2.) De Heere vervult sijne groote belofte aen ons, soo is 't dan billik dat wy ook onse beloften vervullen aen hem, Esai. 34.16. Soekt in het Boek des Heeren, ende leest niet een van dese en salder feilen, Ps. 39. vs. 5. Uwe getuigenissen zijn seer getrouw, 2 Cor. 1.20. (3.) De Heere heeft een grouwel van alle valscheyd, bysonderlijk als wy valscheyd tegen hem souden gebruyken, Esa. 30.9. Het zijn leugenagtige kinderen, Esa. 57.4.