c. Vra.
Word de mens dan als een stok en steen tot bekeering gebragt?
Ant. Neen: Maer in 't gebruyk van de redelijke kragten van sijn siel, sijn verstant en wil, dewelke tot het quade werksaem waren, die worden geheiligt ende tot het goede werksaem en willig ge- maekt, 1 Cor. 4.6. God, die gesegt heeft, dat het ligt uit de duysternis soude schijnen, is de gene, die in onse herten geschenen heeft, om te geven verligting der kennis der heerlijkheid Gods, het aengesigt Jesu Christi, Jer. 31.33. 2 Cor. 8.1, 6 17.