c. Vr.
Maer wat is dan dit te seggen, Matt. 26.26. Jesus nam het brood, ende gezegent hebbende, brak hy het, ende gaf het den discipelen, ende seide, nemet, etet, dit is mijn lichaem?
Antw. Christus noemt het brood sijn lichaem, om dat het een teiken was van sijn lichaem: gelijk als wanneer ik van een schil- derye kan seggen, dat is mijn Vader: Ofte gelijk alsoo geseyd word, Gen. 41.27. Die seven schoone Koeyen, zijn seven Jaren, 1 Cor. 10. vs. 4. De Steenrotse was Christus, Apoc. 1.20. De seven Sterren zijn de seven Engelen der Gemeinten.