c. Vra.
Waerom is soo een ondersoek van ons leven noodig?
Antw. Om dese vier redenen:
(1.) Om dat de sonde een werk der duysternisse is, dat men soo ligt niet kan uytvinden, Eph. 5.11. Hebt geen gemeinschap met de onvrugtbare werken der duysternisse, Eph. 4.14.
(2.) Om dat wy blind zijn door eygen liefde, en ligtelijk quaed voor goed opnemen? Apoc. 3.17. Gy en weet niet dat gy blind zijt, Esa. 5.20. Wee! die het quaed goed, ende het goede quaed noemen.
(3.) Om dat de Duyvel ons ligtelijk bedriegt,door de boosheyd van ons eygen herte, 2 Cor. 11.3. Dog ik vreese, dat niet eenigsins, gelijk de Slange Evam door haer arglistigheid bedrogen heeft, alsoo uwen sinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid die in Christo is, 2 Cor. 2.11.
(4.) Om dat wy, eer wij slapen gaen, onse versoeninge met God moeten maken door de vernieuwinge van onse bekeeringe, Ps. 119.59. Ik hebbe mijne wegen bedagt, ende hebbe mijne voeten gekeert tot uwe getuigenisse, Ps. 4.9. Ik sal in vrede t'samen nederleggen en slapen, want gy, ô Heere! alleen sult gy my doen seker wonen, Jer. 31.19.