c. Vra.
Hoe ging het Jacob in sijn voort-reysen?
Ant. Jacob wat getroost zijnde door het gesigte van Engelen waerom hy die plaetse noemde Mahaniam, ontfing tijdinge dat zijn Broeder Ezau hem tegen quam met vier hondert Mannen, 't welk hem seer ontstelde, Gen. 32.7. Doe vreesde Jacob seer, ende hem was bange, Gen. 32.5, 6.