c. Vr.
Hoe word dan geseid, dat hy uit des Hemel is, Joh. 6.51.
Ant. Dat is soo veel te seggen, als dat hy van den Hemel, door een hemelsche kragt sig heeft geopenbaert, in dese Menschwerdinge uyt Maria, ende in sijn ampt: En soo spreekt hy dit van sijn Persoon, en niet afsonderlijk van sijn menschelijke nature, Joh. 6.75. Gelijkerwijs my de levende Vader gesonden heeft, Eph. 4.10.