c. Vr.
Van wat quaden is dat hemelsche leven vry?
Ant. Van alle quaed, so der sonde, als der straffe, Rom. 6.7. Die gestorven is, die is geregtveerdigt van de sonde, 1 Cor. 15.56, 57. Ap. 21.4. God sal alle tranen van hare oogen afwassen, en de dood en sal niet meer zijn, nog rouwe, nog gekrijt.