b. Vr.
Komen de ketteryen niet daer uyt voort, als de gemeene man de Schrift leest?
Ant. Neen: want niet de slechte lieden, maer de Geleerde brengen de ketteryen in de werelt: De Schrifture is het middel waer door yder een sich moet wachten tegen de ketteryen, Actor. 17.11. Dese waren elderder als die van Thessalonica, als die het Woort ontfingen met alle toegenegentheit, ondersoekende dagelijks de Schriften, of dese dingen alsoo waren, 1 Joh. 4.1 Ephes. 6.17.