Skip to content
1700

Dagelyckse huys-catechisatie

Franciscus Ridderus

Stemme: Ps. 50: God die der Goden Heer, &c. 1. HOe nauw dat wy op alles 't oog doen gaen, So blijven nog veel pligten ongedaen; En 't geen wy doen heeft noit sijn leden al; 't Geen huyden bloeyt raekt morgen in verval; So dat men spoedig diend te reformeren, Of anders sal 't verval ons overheeren.

2. Slaet hand aen 't werk, gy die als Goden sit, Door-soekt, en beter 't Raed-huys, lid voor lid, Van gunstig regt, en snode kuypery, Maekt Land en Straten van het vloeken vry: Weert Sabbath-schending, en ook Afgodisten, Dan sal God met ons Land niet meer so twisten.

3. Komt, Dienaers Gods, en set u in de reet, Maekt dat de minste sonde ons zy leed; Preekt streng de Wet, verschoont nog klein nog groot, Bevrijd het volk van ellend', en de dood. Begint verbet'ring van u eigen leven, So sal u dienst ons veel meer vrugten geven.

4. Ik neem ook selfs de Reformatie voor,

Ik ga daer tot mijn huis sien door en door Op dat ik reformeer, en Kind, en Knegt, En 't geen vervallen was, so breng te regt: Maer sal ik, Heer, met vrugt yet reformeren, So wilt my eerst het herte regt bekeeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dagelyckse huys-catechisatie · Franciscus Ridderus · Poetry Cove